Vraag en
Antwoord

Waarom speelt jullie verhaal in de zestiende eeuw?

Het was de beste der tijden, het was de slechtste der tijden, het was de eeuw van de wijsheid, het was de eeuw der dwaasheid, het was het tijdperk van de vroomheid, het was het tijdperk van ongeloof, het was het seizoen van het Licht, het was het seizoen van de Duisternis…

Zo begint De tijd, het eerste hoofdstuk van Tussen twee steden een boek van de beroemde Engelse schrijver Charles Dickens. Hij leefde in de negentiende eeuw, maar zijn boek speelt in de achttiende eeuw.

Het was de eeuw van de wijsheid, het was de eeuw der dwaasheid. Eigenlijk geldt dit voor alle eeuwen, dus ook voor de zestiende eeuw; de eeuw van ons verhaal.
De zestiende eeuw was een opwindende en gevaarlijke tijd. Amerika was nog maar kort geleden ontdekt. Vanuit Spanje trokken conquistadores (avonturiers) naar het nieuwe werelddeel. Zij waren niet de enige ontdekkers. Ook in de kunst en in de wetenschap zochten mensen naar nieuwe wegen en onbekende gebieden. Dat werd hen niet altijd in dank afgenomen door de katholieke kerk die oppermachtig was. Als iets in de Bijbel stond had je dat maar te geloven. Punt uit! Wie daar vraagtekens bij plaatste, had een groot probleem. De zestiende eeuw was een tijd van vooruitgang en vrijheid, maar ook van onderdrukking en vervolging.
Eigenlijk niet anders dan in de tijd waarin wij leven. Wat dat betreft had ons verhaal in elke eeuw kunnen spelen.