Vraag en
Antwoord

Zitten jullie aan één tafel als jullie samen schrijven?

Nee, wij schrijven niet aan één tafel. We schrijven ieder in ons eigen huis. Bert altijd aan de grote tafel in zijn keuken en An op verschillende plekken in haar huis, soms zelfs in haar bed als ze ’s nachts niet kan slapen. Maar vóór en ná het schrijven, praten we met elkaar.
Praten voor het schrijven, doen we… in de trein. We gaan er speciaal voor op reis.

Thuisgekomen begint bijvoorbeeld Bert aan een nieuw hoofdstuk. Als hij het af heeft, mailt hij het hoofdstuk naar An. Zij leest het, kijkt goed naar elke zin en proeft of zij dezelfde woorden zou kiezen. En alleen als An het er h-e-l-e-maal mee eens is blijven de woorden en de zinnen staan. An mailt het veranderde hoofdstuk naar Bert. Die gaat hetzelfde doen; de tekst lezen, de zinnen bekijken, de woorden proeven en wel of niet veranderen totdat het h-e-l-e-maal naar zijn zin is. En die tekst stuurt hij weer naar An. Soms mailen we een hoofdstuk wel tien keer heen en weer.

Dat heen-en-weer sturen en veranderen van elkaars zinnen en woorden hebben we weven genoemd. Wij weven een hoofdstuk net zolang totdat we het allebei goed vinden, of mooi, of spannend. Als het af is, weten we vaak niet eens meer wie wat geschreven heeft. De tekst is dan echt van ons samen.
Tussendoor bellen we elkaar op (soms wel een paar keer per dag) om te praten over de veranderingen. Die gesprekken kunnen lang duren! Als we de telefoon neerleggen, gaan we meteen weer verder met schrijven; ieder op onze eigen plek.