Vraag en
Antwoord

Als je over iemand schrijft, zie je die dan voor je?

Ja, ik zie altijd het meisje, de jongen, de vrouw of de man haarscherp voor me!
Over mijn vorige boeken hebben besprekingen in kranten en tijdschriften gestaan. Daarin las ik een paar maal de opmerking dat het is alsof de schrijver door een camera kijkt. En dat klopt wel.

Het begint in mijn hoofd.
Ik verzin een meisje of een jongen en bedenk welke rol zij of hij in het verhaal gaat spelen. Daarna vraag ik me af: moet het iemand zijn die vrolijk is, slim, lef heeft of juist laf is, aardig of een nare pestkop?

Bijvoorbeeld, toen Estella in het verhaal opdook, begon er achter mijn ogen een filmpje te draaien en zag ik opeens een meisje lopen. Ik wist toen precies hoe zij eruit zag, hoe zij praatte, lachte en vooral hoe ze dacht.
Soms zei Bert: ‘Dan laten we Estella dit of dat doen?’
‘Nee’, zei ik, ‘dat kan niet. Dat hoort niet bij haar.’
En dan hadden we het wel een uur over Estella’s karakter.

Estella heeft geen ouders meer, is joods en weet dat ze daar over moet zwijgen omdat ze anders niet veilig is in Spanje. Als ze ergens bang voor is, verzamelt ze al haar moed en gaat er op af.
Ze gelooft niet zomaar alles wat anderen beweren en praat niet snel iemand na. Ze durft een eigen mening te hebben. Meestal voelt ze goed aan of iets wel of niet klopt.