Het laatste stukje van het 6e hoofdstuk Het luchtkasteel

‘Een goede vraag’, mompelde Mateo. ‘Nu het antwoord nog. Ik ben, zoals ik jullie al heb verteld, geboren in Niebla.’
‘La niebla’, lachte Pablo. ‘Wat een grappige naam.’
‘En zeer toepasselijk’, vulde Mateo aan, ‘want de nevel die opstijgt uit de Rio Tinto hult mijn stad in de mist.’ Hij zweeg even en glimlachte. ‘En waar ik heen ga? Overal waar de wind en mijn voeten mij brengen.’ Mateo pakte zijn luit en begon te spelen. Met zijn hoofd wees hij naar de kisten. ‘Mijn verhalen zijn mijn thuis.

Ik bouw voor mijzelf een kasteel
Waarin ik de wereld ontvlucht:
Ik bouw ’t in een grote wolk,
Gegrondvest op louter lucht.’

Señora Carmen balkte niet.
‘Wil je niet terug naar je stad?’ vroeg Pablo.
‘Dat is niet mogelijk.’ Mateo’s stem klonk kortaf. Hij legde zijn luit weg. Hij is op de vlucht, dacht Rafael, net als wij. Hij wilde iets zeggen om de marskramer te troosten.
‘Wat is het mooiste verhaal uit jouw luchtkasteel?’ vroeg hij.
Mateo schoot in de lach. ‘Dat is alweer een goede vraag, maar het antwoord hierop is eenvoudig. De mooiste verhalen zijn die waarin droom en werkelijkheid samengaan en die door de mensen worden doorverteld. Zoals die over El Léon Rojo. Hij bestaat echt, als de schrik van de machtigen en de rijken en als de held van de armen en de onderdrukten. De verhalen die over hem de ronde doen, schenken troost en hoop.’


niebla = mist





















El Léon Rojo =
De Rode Leeuw