Het eerste stukje van het 13e hoofdstuk Estella

In de uitgestrekte heuvels van Castilië-Léon niet ver van de stad Salamanca, stak een ommuurd bouwwerk eenzaam af tegen de blauwe hemel. Binnen de met mos begroeide hoge muur stonden een klooster met een kapel, en een boerderij met stallen. Achter de kapel lag de groente- en kruidentuin.
Een meisje van een jaar of dertien plukte een blaadje van een basilicumplant en stak het in haar mond. Hoog boven haar in de stille lucht klapwiekte een vogel. Het meisje keek hem na, totdat hij was verdwenen. Ze spuugde het blaadje uit. Met duidelijke tegenzin slenterde ze naar het klooster en trok de deur open. Ze stapte een lange schemerige gang in. Achter haar viel de zware deur in het slot. Haar voetstappen klonken hol op de stenen vloer. Het meisje rilde. Zelfs op een warme zomerdag als vandaag is het koud binnen deze muren, dacht ze.
Aan het eind van de gang was een deur. Ze klopte aan en wachtte totdat er ‘Dentro!’ werd geroepen.
‘Ik moest bij u komen, Madre Carmelita?’
Achter een lange tafel zat een kloosterzuster in donkere kleren. Ze droeg een kap met een sluier over haar hoofd waardoor je maar een gedeelte van haar spitse gezicht kon zien. Ze wees naar een plek vóór de tafel.
‘Ga daar staan, Estella.’
Het meisje deed een stap dichter naar de tafel.
‘Dichterbij.’
Het meisje deed nog een stap.
‘Sla je ogen neer.’
















dentro! = binnen!
Madre = moeder-overste